zaagbok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een zaagbok

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaag·bok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaagbok zaagbokken
verkleinwoord zaagbokje zaagbokjes

Zelfstandig naamwoord

zaagbok m

  1. een meestal houten constructie waarop men een te zagen voorwerp kan plaatsen
    • Op een zaagbok is het makkelijker zagen. 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.