zaagbek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaag·bek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaagbek zaagbekken
verkleinwoord zaagbekje zaagbekjes

Zelfstandig naamwoord

zaagbek m

  1. één van een aantal eendensoorten uit het geslacht Mergus die voornamelijk vis eten en een gekartelde snavelrand bezitten.
    • 's Winters zijn zaagbekken vaak in Nederland te zien. 

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders
78 % van de Vlamingen.