yogales

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • yo·ga·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord yogales yogalessen
verkleinwoord yogalesje yogalesjes

Zelfstandig naamwoord

yogales v/m

  1. (onderwijs) het onderricht van yoga voor een bepaalde tijd
    • De yogales liep uit vanwege vragen van de deelnemers. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.