xenofoob

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • xe·no·foob
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel xeno- en met het achtervoegsel -foob
enkelvoud meervoud
naamwoord xenofoob xenofoben
verkleinwoord xenofoobje xenofoobjes

Zelfstandig naamwoord

xenofoob m

  1. iemand die een sterke afkeer van vreemdelingen heeft
    • De xenofoob hield niet van vreemdelingen. 
Antoniemen
Vertalingen
stellend
onverbogen xenofoob
verbogen xenofobe

Bijvoeglijk naamwoord

xenofoob

  1. een sterke afkeer van vreemdelingen hebbend
    • Zijn xenofobe houding zette veel kwaad bloed. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie