wringer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

vrouw draai aan wringer
Uitspraak
Woordafbreking
  • wrin·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wringer wringers
verkleinwoord wringertje wringertjes

Zelfstandig naamwoord

wringer m [1]

  1. apparaat om het water uit het wasgoed te persen en bestaat uit twee dicht bij elkaar staande, rubberen rollen
    • Leo en Sylvia Muyres uit Rijswijk houden een korte vakantie in Twente en zijn op de laatste dag bij de Wendezoele. Ze gaan zelf aan de slag en halen de was door de wringer. Even poseren voor de foto die een kennis maakt. Ze denken er over vaker naar Twente te komen. "Het is hier erg mooi." [2] 
    • Vaak lopen mensen in een hulpmiddelenwinkel tegen een product aan dat hen handig lijkt, terwijl het in de praktijk juist averechts werkt. Bijvoorbeeld een wringer om poetsdoekjes mee uit te wringen. Heel handig voor mensen met artrose, maar voor anderen kan het juist leiden tot meer stijfheid omdat hij gewrichten en spieren niet gebruikt die nog prima functioneren. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen