wrangheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wrang·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wrangheid wrangheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wrangheid v [1]

  1. heteem zure, bittere, scherpe smaak hebben
    • Het hoofdgerecht, hertenrugfilet met pompoen en vlierbessen, is al even spectaculair. Het had op de voor de hand liggende manier gemaakt kunnen zijn: als wild voor beginners, met veel zoete tonen. Maar bij Van Ede is het een uitgesproken volwassen, spannend geheel. De vlierbessen zijn niet zoet en jammig, maar hebben hun wilde wrangheid behouden. [2] 
  2. (figuurlijk) het vervelend, pijnlijk, onvriendelijk en zuur zijn van iets
    • Lettend op de omstandigheden van het Afghaanse gezin zou het volgens Stoop voor de hand liggen om te zeggen dat Naibzay een verblijfsvergunning moet krijgen. „Iedere casus is echter weer anders. Ik vind het lastig om de kwestie in Giessenlanden vanuit mijn positie te beoordelen. Ik neem aan dat de minister de voorgeschiedenis van Naibzay goed heeft laten uitzoeken. Het is niet aan mij om te zeggen of de uitzetting wel of niet terecht is. Wel toont de kwestie volgens mij de wrangheid aan van het asielbeleid dat we in dit land voeren. Vluchtelingen hebben hier jarenlang een bestaan kunnen opbouwen, zijn vaak volledig geïntegreerd in de dorpsgemeenschap, en dan moeten ze opeens weg.” [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool HISKE VERSPRILLE 18 NOVEMBER 2013 Ricardo's (8)
  3. Reformatorisch Dagblad Bert Monster 05-04-2012 „Burgemeester moet uitzetting Naibzay gewoon accepteren”