wraaklustig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wraak·lus·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wraaklustig wraaklustiger wraaklustigst
verbogen wraaklustige wraaklustigere wraaklustigste
partitief wraaklustigs wraaklustigers -

Bijvoeglijk naamwoord

wraaklustig

  1. de neiging hebben om iemand iets te vergelden
    • De wraakzuchtige vader doodde de moordenaar van zijn kind met eigen handen. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.