wouden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wou·den

Zelfstandig naamwoord

wouden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord woud

Werkwoord

vervoeging van
willen

wouden

  1. meervoud verleden tijd van willen
    • Wij wouden. 
    • Jullie wouden. 
    • Zij wouden. 
Synoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.