wou

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wou

Werkwoord

vervoeging van
willen

wou

  1. enkelvoud verleden tijd van willen
    • Ik wou. 
    • Jij wou. 
    • Hij, zij, het wou. 
     Een van de angsten die ik tijdens deze tocht wou beteugelen, was om helemaal alleen te slapen in de wildernis.[1]
Synoniemen
Opmerkingen

De vorm wou geldt als informeler en spreektaliger dan wilde.

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be