worst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • worst
enkelvoud meervoud
naamwoord worst worsten
verkleinwoord worstje worstjes

Zelfstandig naamwoord

worst v/m

  1. (voeding) een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar
    Mag ik een blikje worstjes openmaken?
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Bijvoeglijk naamwoord

worst

  1. de overtreffende trap van bad: slechtst