woonkosten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woon·kos·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woonkosten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woonkosten mv

  1. de kosten die nodig zijn om (ergens) te kunnen wonen
    • In de hoofdstad zijn de woonkosten buitensporig hoog. 
Afgeleide begrippen