woningvraagstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wo·ning·vraag·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woningvraagstuk woningvraagstukken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woningvraagstuk o

  1. een situatie rond een woning, meerdere woningen of woningen in het algemeen waarbij er (nog) onduidelijk is hoe deze situatie opgelost zal gaan worden