wonderde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • won·der·de

Werkwoord

vervoeging van
wonderen

wonderde

  1. onpersoonlijke verleden tijd van wonderen
vervoeging van
wonderen

wonderde

  1. enkelvoud verleden tijd van wonderen
    • Ik wonderde. 
    • Jij wonderde. 
    • Hij, zij, het wonderde.