wolfshond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Ierse wolfshond
Uitspraak
Woordafbreking
  • wolfs·hond
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wolfshond wolfshonden
verkleinwoord wolfshondje wolfshondjes

Zelfstandig naamwoord

wolfshond m [1]

  1. honden die gefokt zijn om op wolven te jagen
    • Prins William en zijn echtgenote hebben vrijdag ter gelegenheid van St Patrick's Day, de feetsdag van de patroonheilige van Ierland, bosjes met klavertjesdrie uitgereikt aan manschappen van de Irish Guards. Ook de mascotte, Domnhall, werd niet vergeten. De Ierse wolfshond bofte. Hij kreeg zijn klavertje - of in het Engels, shamrock - van Catherine. [2] 
  2. honden die recent zijn ontstaan uit kruisingen tussen honden en wolven
    • Aanleiding voor het noodbevel was een voorval op 23 april. Een vrouw werd toen op straat gebeten door een Tjechische wolfshond van het echtpaar. Volgens de baasjes liep de vrouw te dicht langs het teefje en haar twee pups. [3] 
    • Eddie Wolters zat gisterenmorgen op het werk toen hij een berichtje kreeg: is dit jouw hond? Hij kreeg de auto-video doorgestuurd en zag een dier dat verdacht veel leek op zijn Canto, een Tjechoslowaakse wolfshond. Op Facebook probeerde Wolters de storm wat te luwen. Hij schreef: "Dit was de boosdoener, sorry voor het ongemak." [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen