woekering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woe·ke·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woekering woekeringen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woekering v [1]

  1. iets wat veel te heftig, ongewenst en ongecontroleerd is gegroeid
    • Ook waterschappen beleven plezier aan de drone. Foto’s vanuit de lucht helpen overzicht te krijgen over de woekering van exotische waterplanten zoals de grote waternavel en de waterhyacint. Die kunnen ander waterleven verstikken en pompinstallaties verstoppen. [2] 
    • Die verbinding geldt voor alle kunstwerken op deze soms speelse, soms ernstige en kwalitatief hoogstaande manifestatie Into Nature: gepolijst blauw natuursteen is óók een kunstwerk en zwartgebeitste sprokkelhouten zijn verkoolde sculpturen in de wilde woekering van een tuinbouwkas. [3] 
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.


Verwijzingen