woekeraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woe·ke·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woekeraar woekeraars
verkleinwoord woekeraartje woekeraartjes

Zelfstandig naamwoord

woekeraar m

  1. (juridisch) iemand die woeker drijft
    • Een woekeraar is iemand die geld uitleent aan een ander en daarvoor een abnormale, onredelijk hoge rente terugvraagt. 
  2. iemand die met zijn talenten woekert
    • Ja, ik ben momenteel een echte woekeraar, zowel met mijn tijd als met de beschikbare ruimte in de boot. 
  3. (plantkunde) een plant die woekert
    • Vaak is een gekregen plant een onverbeterlijke woekeraar. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie