witwassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·was·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
witwassen
waste wit
witgewassen
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

witwassen

  1. overgankelijk een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen
    • Die hele affaire is door de commissie witgewassen en de boosdoeners kunnen gewoon doorgaan met hun praktijken. 
  2. zwart geld legaal proberen te maken door investeren, beleggen etc.
    • Oud-directielid gearresteerd op verdenking van oplichting en witwassen 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be