Naar inhoud springen

witwassen

Uit WikiWoordenboek
  • wit·was·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
witwassen
waste wit
witgewassen
zwak -t

gemengd

volledig

witwassen

  1. overgankelijk een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen
    • Die hele affaire is door de commissie witgewassen en de boosdoeners kunnen gewoon doorgaan met hun praktijken. 
  2. overgankelijk (misdaad) (financieel) onwettig verkregen geld aan een schijnbaar legale herkomst helpen
    • Oud-directielid gearresteerd op verdenking van oplichting en witwassen. 
  3. overgankelijk zo grondig wassen dat het heldere, lichte kleur krijgt
    • Dat hemd laat zich door de bloedvlekken nooit meer witwassen. 
  • [3] je kunt een oude moor niet witwassen
    je kunt iemands karakter op hoge leeftijd niet meer veranderen
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]