witvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

witvis: winde
Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord witvis witvissen
verkleinwoord witvisje witvisjes

Zelfstandig naamwoord

witvis m [1]

  1. informele verzamelnaam voor verschillende licht gekleurde karperachtigen, ongeveer overeenkomend met de karperachtigen die in de Benelux voorkomen
  2. consumptievis met wit visvlees
    • Allemaal niet moeilijk. Haal nu je visfilet ("Dag meneer/mevrouw van de viswinkel, wat is er vandaag in de aanbieding van witvisfilet?") door de bloem.[3] 
    • Laat in ieder geval de zeer histamine rijke producten achterwege. Bepaalde kruiden en specerijen bijvoorbeeld kunnen ernstige reacties veroorzaken. Vanille, kaneel en vetsin bevatten zeer veel histamine. Ook in bijna alle vis zit veel histamine. Vis uit blik bevat het meest, onbewerkte witvis uit de diepvries het minst.[4] 
Hyponiemen
Vertalingen
Opmerkingen
  • whitefish = houting en dus geen witvis!

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Volkskrant De Standaard Tubantia
  3. de Telegraaf 01 apr. 2017
  4. de Telegraaf ROLIEN SCHEEPBOUWER 04 jan. 2016