witkalk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·kalk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord witkalk
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

witkalk m [1]

  1. kalk waarmee men muren wit kan maken
    • Het blijft toch mal spul, die witte wijn uit Andalusië. In de witkalken heuvels met uitzicht op de Atlantische Oceaan, rijpen onder een krijsende zon de palominodruiven, waarvan men op een behoorlijk ingewikkelde manier een wijn maakt die niemand meer zegt te drinken, maar waarvan Nederland desondanks een verbijsterende hoeveelheid importeert: 5 miljoen liter, een halve fles voor iedere volwassene.[2] 
    • Nog meer verrassingen: in de grote muurschildering die na afloop van de tentoonstelling zal verdwijnen onder witkalk, zijn vijf doeken verstopt die elk drager zijn van een deel van de voorstelling. Je kunt ze als souvenir mee naar huis nemen. Een trompe- lóeil van Trompette de la Mort.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant Onno Kleyn 22 februari 2017
  3. de Telegraaf JOOST Pollmann 15 december 2015