wist-je-datje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wist-je-dat·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord wist-je-datje wist-je-datjes

Zelfstandig naamwoord

wist-je-datje o dim. tant.

  1. een kleine wetenswaardigheid
    • Er staat altijd een wist-je-datje op de tweede bladzijde. 

Gangbaarheid