wisselend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·se·lend
stellend
onverbogen wisselend
verbogen wisselende

Bijvoeglijk naamwoord

wisselend

  1. aan wisseling onderhevig.
    Hij heeft de laatste tijd nogal wisselend gedrag.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wisselen

wisselend

  1. onvoltooid deelwoord van wisselen