wip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kinderen op een wip.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wip
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord wip wippen
verkleinwoord wipje wipjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord wip -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wip

  1. v/m een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
    • De kinderen vermaakten zich op de wip en de schommel van de speeltuin. 
  2. m het wippen
    • Na een enkele wip met zijn staart vloog de vogel op. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de wip zitten
ongedurig zijn, zijn ongeduld of onrust nauwelijks kunnen bedwingen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wippen

wip

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wippen
    • Ik wip. 
  2. gebiedende wijs van wippen
    • Wip! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wippen
    • Wip je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord wip wippe

Zelfstandig naamwoord

wip

  1. wip