winstgevend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • winst·ge·vend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen winstgevend winstgevender winstgevendst
verbogen winstgevende winstgevendere winstgevendste
partitief winstgevends winstgevenders -

Bijvoeglijk naamwoord

winstgevend

  1. als een bezigheid meer opbrengsten oplevert dan kosten
    • De succesvolle zakenman had een zeer winstgevende onderneming. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.