windpark

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

windpark
Uitspraak
Woordafbreking
  • wind·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord windpark windparken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

windpark o

  1. een groep bij elkaar geplaatste windturbines
    • Recordjaar 2014 zal niet snel worden overtroffen, maar dat is te verklaren door grote eenmalige investeringen die toen werden gedaan. Zo investeerde het Canadese Northland Power ruim 1,6 miljard euro in een windpark op zee, en pompte Google 600 miljoen euro in een datacentrum in de Groningse Eemshaven. [2] 
    • "Ons plan voor een windpark op het Lochter ging in 2016 niet door, maar de gemeente moet toch de duurzaamheidsdoelstelling halen", zegt Brughuis. [3] 
    • Niets staat de komst van een tweede offshore windpark voor de Zeeuwse kust nog in de weg. De benodigde 1,3 miljard euro voor de bouw is rond. Dat melden de gezamenlijke exploitanten, waaronder Shell en Eneco. [4] 
     Het belang van de natuur moet zwaar wegen bij de aanleg van nieuwe windparken op zee. Dat zegt minister Jetten van Klimaat en Energie.[5]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. windpark op website: Etymologiebank.nl
  2. Tubantia Caspar Naber 25-01-18 Ruim 12.000 banen door geld uit buitenland
  3. Tubantia Mariëtte Cellarius 08-02-18, College Tour Reggesteyn Nijverdal met Jan Terlouw
  4. Tubantia David Bremmer 28-06-18 Megawindpark Borssele is definitief, financiering rond
  5. Bronlink geraadpleegd op 17 mei 2022 Weblink bron “Jetten: belang natuur weegt zwaar bij aanleg windpark op zee” (16 mei 2022), NOS
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be