windhoos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

heftige wervelwind die maar kort duurt
Uitspraak
Woordafbreking
  • wind·hoos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord windhoos windhozen
verkleinwoord windhoosje windhoosjes

Zelfstandig naamwoord

windhoos v/m [2]

  1. heftige wervelwind die maar kort duurt, maar veel schade kan aanrichten
    • Een windhoos heeft in Zwitserland een treinwagon uit de rails geblazen. Het ongeluk gebeurde ten noorden van het dorp Lenk in Berner Oberland. De wagon is op zijn kant naast het spoor terechtgekomen en er zijn acht gewonden gevallen. Maar de burgemeester van Lenk, René Müller, zei dat het naar omstandigheden goed is afgelopen.[3] 
    • De Limburger beleefde halverwege de sessie een opvallend moment, toen hij even zomaar van de baan schoot. Waarschijnlijk lag dat aan een windhoos, al maakte Verstappen over de teamradio ook melding van problemen met de banden.[4] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen