wijzigden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wij·zig·den

Werkwoord

vervoeging van
wijzigen

wijzigden

  1. meervoud verleden tijd van wijzigen
    • Wij wijzigden. 
    • Jullie wijzigden. 
    • Zij wijzigden.