wijlde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijl·de

Werkwoord

vervoeging van
wijlen

wijlde

  1. enkelvoud verleden tijd van wijlen
    • Ik wijlde. 
    • Jij wijlde. 
    • Hij, zij, het wijlde.