wijkplaats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijk·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wijkplaats wijkplaatsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wijkplaats v/m [1]

  1. een plek waar je bij gevaar naartoe kunt vluchten
    • Sirte gold als de officieuze hoofdstad van IS in Libië en als een mogelijke wijkplaats, mocht de beweging in Syrië en Irak te zeer in het nauw komen. Sinds ze in mei de aanval inzetten op de kuststad hebben regeringstroepen de extremisten echter huis voor huis en straat voor straat weten terug te dringen. Sinds begin deze maand krijgen ze bovendien luchtsteun van de Verenigde Staten.[2] 
    • Een islamitische afscheidingsbeweging in het zuiden van Thailand gebruikt Maleisië bovendien als wijkplaats en uitvalsbasis. Internationale terroristen gebruiken het als een doorvoerland.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 28 aug. 2016
  3. Volkskrant Michel Maas 14 augustus 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be