wierf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wierf

Werkwoord

vervoeging van
werven

wierf

  1. enkelvoud verleden tijd van werven
    • Ik wierf. 
    • Jij wierf. 
    • Hij, zij, het wierf. 

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be