wielas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wiel·as
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wielas wielassen
verkleinwoord wielasje wielasjes

Zelfstandig naamwoord

wielas v / m

  1. (werktuigbouwkunde) as waarom een wiel draait

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.