wieden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wie·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onkruid verwijderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1284 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wieden
wiedde
gewied
zwak -d volledig

Werkwoord

wieden

  1. overgankelijk onkruid verwijderen
    • De hele achtertuin is al gewied, nu de voortuin nog. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen