whodunit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • who·dun·it
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord whodunit whodunits
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

whodunit v/m

  1. een subgenre van detectiveverhalen, waarin de nadruk geheel ligt op het proberen te achterhalen wie de dader is van een moord of ander misdrijf
    • Haagse 'whodunit' rond Het Lek doet iedereen pijn: Niemand op het Binnen-hof blijft vrij van schade, nu de soap rond het lekken van geheime informatie alsmaar verder gaat. Een commissie moet als een groep detectives op zoek naar de dader, die ook nog eens collega is. [2] 
    • Het is tussen kerst en Nieuwjaar en Adelheid speelt "Hoe leit dit kindeken (Kindeke(n))" en kerstmelodieën over arrensleeën, terwijl Alex lezend in zijn whodunit, meeneuriet met een whiskygrog naast zich, tot een soort sirenegeloei verraadt dat er wordt ge-sms't. [3] 
    • Veel mensen schijnen zelfs het geduld niet meer op te kunnen brengen om een whodunit uit te lezen. Ze gaan direct naar de laatste bladzijde om de moordenaar te ontmaskeren. Scheelt tijd. Maar verdwenen is kennelijk het besef dat de sensatie van de ontknoping schuilt in het voorwerk, in het wachten. [4] 
Synoniemen


Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen