whistte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • whist·te

Werkwoord

vervoeging van
whisten

whistte

  1. enkelvoud verleden tijd van whisten
    • Ik whistte. 
    • Jij whistte. 
    • Hij, zij, het whistte.