whisky

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • whis·ky
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘sterkedrank’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
  • Een leenwoord uit het Engels, op zijn beurt uit het Iers of Schots-Gaelisch.
enkelvoud meervoud
naamwoord whisky whisky's
verkleinwoord whisky'tje whisky'tjes

Zelfstandig naamwoord

whisky m

  1. (drinken) een sterke drank die uit gerst of uit maïs en rogge gestookt is
    • Drinkt u liever bier of whisky? 
     De anonimiteit en vluchtigheid die een verblijf in een hotel normaal gesproken kenmerken, die de sensatie van treurnis en opwinding teweegbrengen dat je tijdelijk in een niemandsland tussen vertrek van huis en thuiskomst verzeild bent geraakt, waar, omdat er niets gebeurt, net zo goed alles zou kunnen gebeuren, en die een man alleen tussen vreemde lakens na een whisky te veel, achterovergeslagen op een kruk aan de bar in de lobby met een laatste slappe grap voor de stoïcijns glazen polerende barman, op het idee kunnen brengen dat er geen haan naar zou kraaien als hij de nachtportier belde met de vraag of hij iemand kende die haar diensten aanbood, waarbij het alleen die whisky te veel is die hem ervan weerhoudt om dat ook echt te doen, zijn hier in Grand Hotel Europa bleke herinneringen aan een moderniteit die zich ver weg van hier afspeelt in een andere wereld.[2]
Schrijfwijzen
  • Ook gespeld "whiskey" (Ierland/Amerika)
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • w·hisky
enkelvoud meervoud
whisky whiskyes

Zelfstandig naamwoord

whisky m

  1. (drinken) whiskey

Verwijzingen


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

whisky v

  1. whisky