whirl
Uiterlijk
- Geluid: whirl (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /wɜːl/
- Bekend sinds ca. 1300; vermoedelijk van Oudnoords hvirfla. Doublet van wharf.[1] Verwant met Deens hvirvel, Duits Wirbel, Nederlands wervelen.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| whirl | whirls |
whirl
- werveling, wervelende beweging
- drukte, tumult
- verwarring
- (werktuigbouwkunde) haspel zn
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to whirl |
| he/she/it | whirls |
| verleden tijd | whirled |
| voltooid deelwoord |
whirled |
| onvoltooid deelwoord |
whirling |
| gebiedende wijs | whirl |
whirl
- onovergankelijk wervelen
- onovergankelijk snel ronddraaien, tollen ww
- onovergankelijk snellen ww stormen ww [2], zich snel voortbewegen
- overgankelijk met hoge snelheid, met veel vaart meenemen
- overgankelijk doorroeren