wezens
Uiterlijk
- we·zens
de wezens mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wezen
- ▸ Wij mensen zijn echter fundamenteel talige wezens en kunnen niet anders dan pogen om het onuitsprekelijke te benaderen.[1]
- ▸ “Nou ja zeg, jullie riskeerden een kogel en dan geven jullie een bewaker bróód?' De spot in mijn stem is duidelijk hoorbaar, maar cynisme en haat lijken vreemde wezens voor haar.[2]
- ▸ Mijn ogen schoten onzeker alle kanten op, speurend naar kleine bewegingen en donkerharige wezens.[3]
- Het woord wezens staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Michel Dijkstra“Taoïsme” (2022), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312657 - ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
