wezenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·zen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wezenheid wezenheden
verkleinwoord wezenheidje wezenheidjes

Zelfstandig naamwoord

wezenheid v

  1. wezen, essentie
  2. iets dat wezen bezit, een bestaand ding, iets dat bestaat, entiteit
  3. het bestaan, het zijn, existentie
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

32 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be