westkant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • west·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord westkant westkanten
verkleinwoord westkantje westkantjes

Zelfstandig naamwoord

westkant m

  1. de kant die in het westen gelegen is.
    • Aan de westkant van de stad ligt een groot bos. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.