werkveld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·veld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkveld werkvelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

werkveld o

  1. de onderwerpen waar iemand zich bij zijn werk mee bezighoudt
    • Het werkveld van de therapeut is angststoornissen bij kinderen. 
  2. het fysieke gebied waar iemand werkt
    • De BENELUX is zijn werkveld. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be