werkstuk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkstuk werkstukken
verkleinwoord werkstukje werkstukjes

Zelfstandig naamwoord

werkstuk o

  1. stoffelijk product van arbeid, hobby, of studie
    De kleuters maakten mooie werkstukjes voor Moederdag.

Meer informatie