werkkring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·kring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkkring werkkringen
verkleinwoord werkkringetje werkkringetjes

Zelfstandig naamwoord

werkkring m

  1. de plaats waar men werkt
    • Onze werkkring is altijd erg gezellig. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.