werkgeversorganisatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·ge·vers·or·ga·ni·sa·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkgeversorganisatie werkgeversorganisaties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

werkgeversorganisatie v [1]

  1. organisatie die opkomt voor de belangen van ondernemers die personeel in dienst hebben
    • In de metaalsector vinden al weken acties plaats. De vakbonden maken zich onder meer hard voor een stevige loonsverhoging. Werkgeversorganisatie FME wil weer met de bonden om tafel, maar die eisen dat FME eerst afstand neemt van een aantal voorgestelde verslechteringen. De cao metalektro geldt in totaal voor ongeveer 150.000 werknemers. [2] 
    • ,,We moeten voorkomen dat vrachtwagens komen stil te staan, doordat er geen gekwalificeerd personeel is’’, zegt manager instroom Gabby Delhaas van sectorinstituut Transport en Logistiek (STL), dat is opgezet door werkgeversorganisatie TLN en de vakbonden. Het instituut speelt op het probleem in door versneld chauffeurs op te leiden. ,,In de eerste helft van dit jaar 1500 en in het tweede deel van dit jaar weer zo veel.’’ Ook in het werven van belangstellenden wordt extra energie gestoken. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen