werkend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wer·kend

Werkwoord

vervoeging van
werken

werkend

  1. onvoltooid deelwoord van werken
Vertalingen
stellend
onverbogen werkend
verbogen werkende
partitief werkends

Bijvoeglijk naamwoord

werkend

  1. bezig met werken
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.