werkblad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·blad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkblad werkbladen
verkleinwoord werkblaadje werkblaadjes

Zelfstandig naamwoord

werkblad o

  1. Het bovenblad van een aanrecht of werkbank geschikt om aan te werken
    • De bankschroef zit bevestigd aan het werkblad van de werkbank. 
  2. Een pagina van een spreadsheet
  3. Een meestal voorbedrukt stuk papier waarop een leerling een taak kan volbrengen.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.