wereldreis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·reis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wereldreis wereldreizen
verkleinwoord wereldreisje wereldreisjes

Zelfstandig naamwoord

wereldreis v/m

  1. een hele lange, intercontinentale reis ook in de figuurlijke, spottende zin
    • Een reis naar Zwolle is moeilijk een wereldreis te noemen vanuit Almelo. 
    • Na zijn pensionering maakte hij een hele wereldreis. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie