wereldeconomie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·eco·no·mie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wereldeconomie wereldeconomieën
verkleinwoord wereldeconomietje wereldeconomietjes

Zelfstandig naamwoord

wereldeconomie v

  1. (economie) het geheel van economische betrekkingen tussen alle landen van de wereld
    • De wereldeconomie staat op instorten. 
  2. (economie) het geheel van economische activiteiten in de wereld
    • De wereldeconomie is dit jaar met vijf procent gegroeid. 
  3. (economie) geïntegreerde markt: voor produktie, kapitaalverkeer en handel voor allerlei actoren
    • Van de neoliberale opvatting is in deze discussie de duidelijkste representant Edwin van de Haar. In zijn visie is het uiteindelijk het beste dat de wereldeconomie geheel wordt vrijgemaakt, daarmee met name doelend op vrij kapitaalverkeer en vrijhandel.[1] 
  4. (economie) grensoverschrijdende economische activiteit
Synoniemen
  1. globale economie, mondiale economie, wereldbestel, wereldhuishouding
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen