welven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zich buigen’ voor het eerst aangetroffen in 1285 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
welven
welfde
gewelfd
zwak -d volledig

Werkwoord

welven

  1. het geleidelijk buigen van een gebogen oppervlak
    • Hij bewonderde de zacht welvende vormen van haar lichaam. 
  2. (bouwkunde) (Gebouwen, vertrekken e.d.) van een gewelf voorzien. Ook in fig. verband
  3. wederkerend zich ~: een lichte boogvorm vertonen, zich buigen, een boog maken
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen