welgezindheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·ge·zind·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord welgezindheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

welgezindheid v [1]

  1. de mate van gunstig gestemd zijn over iets of iemand; er vertrouwen in hebben
    • Liefde betekent diepe acceptatie van en genegenheid voor, welgezindheid tot of toewijding voor een ander, of eventueel zichzelf. Het kan ook betrekking hebben op een dier, zaak of voorwerp. [2] 
    • Het offerritueel was het moment waarop de stam samenkwam om de welgezindheid van de goden te verwerven. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen