welgesteldheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·ge·steld·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord welgesteldheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

welgesteldheid v

  1. de mate waarin men is voorzien van ruime financiële middelen, de mate van in goede doen zijn

Gangbaarheid


Verwijzingen