welgesteld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·ge·steld
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen welgesteld welgestelder welgesteldst
verbogen welgestelde welgesteldere welgesteldste
partitief welgestelds welgestelders -

Bijvoeglijk naamwoord

welgesteld

  1. financieel goed gesitueerd
    • Hij kwam uit een welgestelde familie. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.